apocalyps apo·ca·lyps (v): tijdperk dat of reeks gebeurtenissen die de ondergang van de wereld voor de geest roept
(Van Dale)
Het woord ‘apocalyps’ roept beelden op van het einde van de wereld: rampen, chaos en Armageddon. Woordenboeken geven dan ook die betekenis. Maar oorspronkelijk betekende het woord iets heel anders.
Het Griekse apokalypsis betekent letterlijk ‘openbaring’ of ‘onthulling’. Het was een belangrijk literair genre in het jodendom en christendom in de eeuwen rond het begin van onze jaartelling. Een apocalyps was een tekst waarin een mens een visioen kreeg over een verborgen hemelse werkelijkheid. Deze visioenen werden meestal doorgegeven door een hemelse boodschapper, vaak een engel, die de beelden ook uitlegde. De teksten zijn vaak pseudepigrafen: ze werden gekoppeld aan bekende historische figuren, zoals Abraham, Daniël of Henoch, alsof ze door hen geschreven zouden zijn.
Het Bijbelboek Openbaring is ook zo’n voorbeeld van apocalyptische literatuur. Het boek wordt ook wel ‘Apocalyps’ genoemd. En omdat juist deze zo populair werd, ontstond bij ons die betekenis van apocalyps = het einde van de wereld.
Voorbeelden van apocalypsen
Het genre raakte vooral in opkomst vanaf de 2e eeuw voor Christus. Voorbeelden van apocalyptische literatuur uit deze tijd zijn Daniël 7-12 en 1 Henoch. Onderdeel van 1 Henoch is de Dierenapocalyps, waarin dieren de wereldrijken symboliseren, net als in Openbaring. In deze tekst, uit ongeveer 160 voor Christus, staan de dieren symbool voor rijken en belangrijke personen in de geschiedenis tot aan de Makkabese opstand. De nakomelingen van Jakob zijn bijvoorbeeld schapen en hun vijanden zijn roofdieren. Het wordt gepresenteerd alsof Henoch dit allemaal als voorspelling over de toekomst meekreeg, maar het is dus eigenlijk een geschiedenisbeschrijving achteraf.
Uit de latere, christelijke periode kennen we ook allerlei apocalypsen, zoals een Openbaring van Petrus (Jezus leidt de apostel Petrus door de hemel en hel) en de Openbaring van Paulus (Paulus krijgt een rondleiding in de hel, en ziet de martelingen voor allerlei zonden voor zijn ogen gebeuren). (Zie ook de blog ‘Waar komt ons idee van de hel vandaan?’)
Ontstaan in tijden van crisis
Opvallend is dat apocalyptische literatuur vaak ontstaat in perioden van politieke of religieuze crisis. Veel van deze teksten werden geschreven in tijden waarin Joden of christenen onder druk stonden van machtige rijken. Het boek Daniël bijvoorbeeld ontstond waarschijnlijk in de periode van de vervolgingen onder de Seleucidische koning Antiochus IV in de 2e eeuw voor Christus. En Openbaring werd geschreven toen christenen gebukt gingen onder de druk van het Romeinse Rijk, in de 1e eeuw na Christus. Apocalyptische literatuur bood dan een manier om het aardse lijden uit te leggen. De chaos op aarde werd voorgesteld als onderdeel van een grotere kosmische strijd tussen goed en kwaad. Het bood dus hoop dat de huidige situatie tijdelijk was: nu regeert het kwaad, maar uiteindelijk zal God ingrijpen. Juist in tijden van crisis kreeg deze literatuur daarom veel betekenis.
Openbaring als apocalyptische tekst
Het nieuwtestamentische Bijbelboek Openbaring heeft ook alle kenmerken van een apocalyps: het is een visioen over een bovennatuurlijke realiteit die zich op aarde zal voordoen, die wordt geopenbaard aan een mens (Johannes) door een hemelse figuur (een engel van God). Het boek begint dan ook als volgt: ‘Openbaring van Jezus Christus, die hij van God ontving om aan de dienaren van God te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet. Hij heeft zijn engel deze openbaring laten meedelen aan zijn dienaar Johannes’ (Openbaring 1:1, NBV21).
In de rest van het boek ontvangt Johannes een serie visioenen, waarin hij een blik in de hemel krijgt en in het verloop van de geschiedenis. Er volgt een reeks symbolische gebeurtenissen, waaronder oordelen over de aarde in de vorm van zeven zegels, bazuinen en schalen en een strijd tussen bovennatuurlijke machten waarin God het wint van het kwaad, en de schepping wordt vernieuwd. De visioenen schetsen een strijd tussen bovennatuurlijke machten die de gebeurtenissen op aarde beïnvloedt, maar die ermee eindigt dat het goede wint van het kwaad.
Het beest uit de zee en Daniël 7
In Openbaring 13 ziet Johannes twee opkomende machten: een beest uit de zee en een beest uit de aarde. Hierin zitten overeenkomsten met het visioen uit Daniël 7. Het lijkt erop dat de schrijver van Openbaring bewust voortbouwde op de apocalyptische beeldtaal die in Daniël werd gebruikt. Ook daar komen er beesten uit de zee, die staan voor een aardse macht; in Openbaring krijgt het beest zijn macht van een draak. In beide teksten draagt een beest tien hoorns en spreekt godslasterlijke woorden. In Openbaring heeft het beest een uiterlijk als van een panter, met poten als van een beer en een bek als van een leeuw (Openbaring 13:2). Ook dit zie je terug in de dieren in Daniël 7, waar het ook om een panter, beer en leeuw gaat. De NBV Studiebijbel beschrijft het beest uit de zee uit Openbaring 13 dan ook als een samenballing van de vier beesten van Daniël 7. Naast de beestbeschrijvingen zijn er nog andere overeenkomsten. In beide teksten worden er bijvoorbeeld boeken geopend waarin oordelen staan beschreven. Een verschil is dat dit in Daniël gaat over oordelen over de aardse machten, en in Openbaring over gestorven mensen (Dan. 7:9-13; Openb. 20:11-15). In beide teksten wint uiteindelijk het goede het van de kwade beesten.
De juiste context
Het boek Openbaring staat dus niet op zichzelf. Het bouwt voort op een lange traditie van joodse apocalyptische teksten zoals Daniël en 1 Henoch. Voor moderne lezers lijken apocalyptische teksten vreemd: monsters, hemelse boekenrollen, kosmische oorlogen … Maar voor de eerste lezers waren dit herkenbare symbolen uit een bekend literair genre. Als je het boek Openbaring wilt begrijpen, is het goed om het in die context te lezen. Dan wordt duidelijk dat het niet alleen gaat over spectaculaire eindtijdbeelden, maar vooral over de boodschap dat het aardse lijden tijdelijk is, en dat het goede uiteindelijk overwint.

Meer weten?
- Daniel Lynwood Smith, ‘Apocalypse Then’, in: Into the World of the New Testament (T&T Clark, 2015), p. 181-196.
- James C. VanderKam, hoofdstuk 2, ‘Jewish Literature of the Second Temple Period’, in: An Introduction to Early Judaism (William B. Eerdmans Publishing Company, 2022).
- Dr. U-Wen Low, Unveiling Apocalypse: A Book of Revelation Podcast.
Ontdek meer van Er stond geschreven
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Is de conclusie van Openbaring als apocalyptische literatuur wensdenken of gebaseerd op feiten?
Bedankt voor de kritische vraag! Het idee van Openbaring als apocalyptische literatuur komt niet uit de lucht vallen. Apocalyptiek was een bekend genre in die tijd, dat weten we omdat er nog veel meer van zulke teksten zijn. In Openbaring zie je elementen terug die je ook in die andere teksten ziet, zoals de paar die hier zijn besproken. Openbaring wordt dus apocalyptisch genoemd omdat het eruitziet als andere apocalyptische teksten, niet omdat dat beter uitkomt.
Het wil overigens niet zeggen dat het slechts een verhaaltje is. Deze teksten wilden juist een belangrijke boodschap uitdragen, en deden dat door middel van apocalyptische beeldspraak.