Openbaring is een Bijbelboek met een enorme geschiedenis aan interpretaties. Het is aanleiding voor de verschrikkelijkste denkbeelden over wat er zal gebeuren in de nabije toekomst, als de eindtijd aanbreekt. Ironisch genoeg was het boek nooit bedoeld om angst aan te jagen. Integendeel: het is geschreven om christenen moed in te spreken in een vijandige wereld, en ze te manen trouw te blijven aan God. Toch is het uitgegroeid tot een bron van eindtijdpaniek. Nieuwtestamenticus Daniel Lynwood Smith zegt dat ‘het boek Openbaring een waarschuwingslabel zou moeten bevatten, gezien de geschiedenis van gebruik en misbruik ervan’.1 Hoog tijd dus om wat context te geven, om misvattingen uit de weg te ruimen. Laten we in deel 1 van deze serie over Openbaring eens kijken wat het boek historisch gezien betekent. Want als je een Bijbeltekst wilt begrijpen, is regel 1 dat je teruggaat naar de tijd en context waarin het is geschreven. Wie schreef het, voor wie, en wat was de boodschap? Bijbelwetenschappers hebben dit grondig onderzocht.
De historische context van Openbaring
De klassieke kerkelijke interpretatie was lange tijd dat Openbaring geschreven is vóór de vernietiging van de tempel in het jaar 70, door de apostel Johannes. Tegenwoordig heerst onder Bijbelwetenschappers de consensus dat het geschreven is eind eerste eeuw, door iemand die zich voorstelt als ene Johannes, maar dit is niet dezelfde Johannes als van de evangeliën. Het boek is gericht aan zeven christelijke gemeenten in Klein-Azië, een provincie van het Romeinse Rijk.
Deze christenen hadden moeite met de druk om zich aan te passen aan de Romeinse wereld, en sommigen gingen gebukt onder vervolging. Openbaring gaf flinke kritiek op de Romeinse heersers. Tegelijk bood het de hoopvolle boodschap dat er betere tijden kwamen, én een herinnering dat ze trouw moesten blijven aan God. Hoe je dat eruit kunt opmaken? Daarvoor moet je de beeldtaal begrijpen die er gebruikt wordt. Voor ons komt die over als hocuspocus, maar de lezers van die tijd begrepen de symboliek. Dat christenen het vandaag soms opvatten als een letterlijk te lezen voorspelling over onze eigen toekomst, zegt dan ook vooral iets over onze afstand tot het genre. Laten we de belangrijkste onderdelen bekijken door de bril van de eerste-eeuwse christelijke lezer.
Het beest
Toen zag ik uit de zee een beest opkomen. Het had tien hoorns en zeven koppen; het had een kroon op elke hoorn, en er stonden godslasterlijke namen op zijn koppen. (Openb. 13:10, NBV21)
Het beruchte beest uit Openbaring 13 is een bekende figuur uit de Joodse beeldtaal. Het ging niet om een letterlijk beest: een beest zoals hier beschreven stond symbool voor een aardse macht. Het beest uit Openbaring grijpt rechtstreeks terug op Daniël 7, waar vier beesten vier wereldrijken voorstellen. Openbaring bundelt die beesten tot één ultiem beest: Rome. Zijn zeven hoofden verwijzen vrijwel zeker naar de zeven heuvels van Rome, een klassiek symbool dat ook buiten de Bijbel werd gebruikt.
De hoer van Babylon
Op haar voorhoofd stond een naam met een geheime betekenis: ‘Het grote Babylon, moeder van alle hoeren en van alle gruwelijkheden ter wereld.’ (Openb. 17:5, NBV21)
‘Babylon’ was al eeuwen vóór dit geschreven werd een codenaam voor onderdrukkende wereldmachten. Eeuwenlang hadden Joden onder de macht van Babylon geleefd, ze waren door hen verbannen van hun land, en dat machtige rijk had in 587 voor Christus hun heilige tempel verwoest. Voor Joden stond Babylon dus symbool voor een groot trauma. Openbaring past die beeldtaal toe op Rome: opnieuw een rijk dat Gods volk onderdrukt, en dat hun nieuw opgebouwde tempel in Jeruzalem weer verwoestte. Hetzelfde trauma had zich opnieuw voltrokken.
666
Laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen; er wordt een mens mee aangeduid. Het getal is zeshonderdzesenzestig. (Openb. 13:18, NBV21)
Ook dit ‘ontcijferen’ van namen was bekend voor de lezers uit die tijd. Het was een soort codetaal die uitging van de getalswaarde van Hebreeuwse letters. Vergelijk het met het geheimschrift dat je als kind vast weleens gebruikte om geheime briefjes te schrijven: de A is een 1, de B is een 2, de C is een 3 … Gebruik je die manier van ontcijferen, dan wordt het getal 666 gelezen als: Neron Caesar (volgens de Hebreeuwse spelling). Nero leefde op dat moment zelf niet meer (hij leefde van 54-68), maar hij stond bekend als de Romeinse keizer die was begonnen met christenvervolging. Voor de lezers stond zijn naam dus ook weer gelijk aan de onderdrukkende macht van het Romeinse Rijk. Hij wordt hier beschreven als tegenstander van God, die zijn macht heeft gekregen van de duivel, maar die uiteindelijk ten onder zal gaan wanneer God het kwaad overwint (zie Openbaring 12). Oftewel: houd moed tijdens de Romeinse onderdrukking, blijf trouw aan God; hij zal jullie verlossen.
Een extra aanwijzing dat er met dit getal werd gedoeld op Nero vinden we in de verschillende versies die er circuleerden van Openbaringen. Niet alle manuscripten bevatten namelijk het getal 666. In sommige handschriften, waaronder het oudst bewaard gebleven exemplaar, is het 616 – en dat komt numerologisch precies overeen met de Latijnse schrijfwijze Nero Caesar.
Apocalyptische taal
Waarom al die vage beeldtaal? Daar was een goede reden voor. Het literaire genre van de ‘apocalypsen’ was populair; er circuleerden tal van dit soort teksten waarin iemand een onthulling kreeg over ‘de laatste dagen’ of iets anders wat in de bovennatuurlijke wereld speelde, die stuk voor stuk doorspekt waren met symbolische taal. Andere voorbeelden van dit genre waren bijvoorbeeld 1 Henoch, 4 Ezra en 2 Baruch. De christelijke lezers en luisteraars begrepen deze symboliek. Daarnaast bevatte het boek stevige kritiek op het Romeinse Rijk, en dus moest het geschreven worden in een taal die de autoriteiten niet zouden begrijpen, bijvoorbeeld door de naam van Nero in codetaal te schrijven.
Openbaring zat bijna niet in de Bijbel
Zoals je ziet is het destijds geschreven voor een heel concrete groep mensen in een heel concrete situatie. Johannes schreef dit niet met het idee om het te bewaren voor mensen tweeduizend jaar later, die het als een voorspelling voor hun eigen tijd zouden zien. Maar mensen hechtten veel waarde aan de tekst, en dus gingen ze het kopiëren. Zo zijn er exemplaren bewaard gebleven en kreeg het later weer een nieuw leven.
Toch is het historisch gezien allesbehalve vanzelfsprekend dat Openbaring een plek in de Bijbel heeft gekregen. Toen de Bijbelse canon werd afgestemd (vierde eeuw) was het boek flink omstreden. In oosterse en Syrische kerken werd het lange tijd afgewezen, en in sommige oosters-orthodoxe tradities wordt het nog steeds niet erkend. Kerkvaders als Eusebius spraken openlijk hun twijfels uit. Bezwaren waren onder meer:
- de extreme beeldtaal
- het grote risico op misbruik
- bezwaar tegen de theologie van een duizendjarig rijk
- onduidelijkheid over de auteur
Ondanks aanzienlijke reserve werd het er uiteindelijk toch in opgenomen. Een van de redenen was het vermoeden dat het geschreven was door de apostel Johannes, hoewel we inmiddels weten dat dit niet het geval is. En zo werd het dus toch het slotstuk van onze Bijbel. Maar doordat het zo geheimzinnig is geschreven, bleef het niet bij de historische uitleg. Want zodra mensen die context uit het oog verloren, ging men aan de haal met eigen interpretaties van wat het voor hén kon betekenen, soms met vergaande consequenties. En zo kon het gebeuren dat veel mensen het nu lezen als routekaart voor de eindtijd.
In het vervolg van deze serie kun je binnenkort lezen over de ontsporing aan interpretaties van Openbaring. Ik vertel dan onder andere wie er zoal zijn bestempeld als de Antichrist, hoe een Amerikaanse marketingcampagne de ongefundeerde theorie van de ‘opname van de gemeente’ populair maakte, en welke verstrekkende gevolgen dit soort opvattingen kunnen hebben.
Geraadpleegde bronnen & lees- en luistertips
Podcasts:
- Bart D. Ehrman, ‘Does the Book of Revelation Predict our Future?’, in Misquoting Jesus with Bart Ehrman.
- Dan McClellan en Dan Beecher, ‘Revealing Revelation’, in Data over Dogma.
- Elsbeth Gruteke en Tom Timmers, ‘In gesprek over het Bijbelboek Openbaring’, in De theologie podcast.
Artikelen:
- Daniel Lynwood Smith, ‘Apocalypse Then’, in: Into the World of the New Testament (T&T Clark, 2015), p. 181-196.
- Michelle Fletcher, ‘The Book of Revelation’, in: Companion to the New Testament: Introduction, Interpretation, Application (SCM Press, 2024), p. 66-77.
- Daniel Lynwood Smith, Into the World of the New Testament (T&T Clark, 2015), 188. ↩︎
Ontdek meer van Er stond geschreven
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Geef een reactie