Voor veel christenen is de doop een belangrijk moment, of het nou gaat om babydoop met een paar druppels water of volledig onderdompelen van een volwassene in een bad of rivier. Bijna altijd is het een heilig, eenmalig gebruik. Maar kijk je terug naar de geschiedenis van de doop, dan blijkt dat die een totaal andere oorsprong heeft. En die gaat nog verder terug dan Johannes de Doper, die het introduceerde in het vroege christendom.
Geen uitvinding van Johannes
Wie in de Bijbel leest over Johannes die mensen in de Jordaan onderdompelt, kan al snel denken dat hij de doop heeft uitgevonden. Maar dopen (of eigenlijk moet ik zeggen: wassen) was in de tijd van Johannes al eeuwenlang een gebruik. Toen zag het er alleen totaal anders uit. In de Joodse wereld waarin Johannes de Doper leefde, ging het niet om één beslissend moment, zoals voor veel christenen nu, en ook de betekenis was anders. Dopen was een vorm van rituele reiniging: een handeling die je steeds opnieuw deed om rein te worden voor God.
Archeologische vondsten
In het jodendom van de Tweede Tempelperiode stond waterreiniging symbool voor rituele zuiverheid. In Israël zijn honderden restanten gevonden van miqva’ot: stenen baden waar mensen in afdaalden, zich volledig onderdompelden, en er aan de andere kant weer uit liepen. Zo’n ritueel was geen eenmalige gebeurtenis zoals nu onder christenen het geval is. Wie de tempel wilde betreden moest zich in zo’n bad wassen, of wie rein wilde zijn na contact met iets onreins. Na het aanraken van een lijk bijvoorbeeld, na een menstruatie of na seksuele gemeenschap.
Johannes verandert het concept
Johannes de Doper veranderde dat oude gebruik compleet. Hij begon zijn toehoorders op te roepen om zich eenmaal te laten onderdompelen, als een moment van bekering waarin je zonden werden vergeven. Het werd een teken dat iemand zijn leven wilde veranderen en zich wilde toewijden aan Gods komende rijk. Het accent van de doop verschoof daarmee van rituele reiniging naar vergeving en bekering. De doop was er ‘om vergeving van zonden te krijgen’, schrijft het Marcus-evangelie (1:4, NBV21).
Jezus: wel gedoopt, niet dopen
Opmerkelijk genoeg liet Jezus zich ook door Johannes dopen, maar doopte hij zelf niemand. Dat is des te opvallender als je bedenkt dat Johannes’ doop bedoeld was voor zondaars. Waarom zou Jezus, die later zelf als zonder zonde werd gezien, zich moeten dopen? Historici zien zijn doop als een duidelijk teken dat Jezus in eerste instantie deel uitmaakte van Johannes’ beweging (meer daarover kun je lezen in deze blog). Jezus begon zijn weg als volgeling van die profeet uit de woestijn en nam Johannes’ boodschap van bekering over, maar gaf er later een eigen draai aan. En na Jezus’ dood kreeg het ritueel opnieuw een andere lading. Paulus beschrijft het als volgt: ‘We zijn door de doop in zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden’ (Rom. 6:4, NBV21).
Babydoop
Hoe kwamen christenen vervolgens uit bij het dopen van baby’s, iets wat in de hele Bijbel niet voorkomt? In de tijd van de eerste christenen werd de doop ondergaan door volwassenen, door volledige onderdompeling. Sterker nog, lange tijd lieten ze zich juist zo laat mogelijk in hun leven dopen, zodat zoveel mogelijk van de zonden die ze in hun leven begingen vergeven zouden zijn. Maar in de loop van de eerste eeuwen verschoof die gewoonte. Kerkvader Augustinus (4e eeuw) stelde dat een doop juist zo vroeg mogelijk moest, omdat de ziel anders bij overlijden linea recta naar de hel zou gaan. Zo ontstond de kinderdoop. Nu was het niet meer een persoonlijke keuze voor bekering, maar een ritueel waarmee ouders hun kind beschermden tegen wat zij zagen als de erfzonde.
Rituele wassing bestaat nog steeds
De link met de Joodse rituele reiniging lijkt bij de christelijke doop verdwenen. Toch bestaan de miqva’ot nog wel: rituele baden zijn nog steeds onderdeel van het jodendom, vooral binnen orthodoxe en traditionele gemeenschappen. Het principe is daar hetzelfde als tweeduizend jaar geleden: het herstelt de rituele reinheid, bijvoorbeeld als spirituele voorbereiding op de sabbat of voor vrouwen na hun menstruatie of een bevalling.
De doop opnieuw uitgevonden
De geschiedenis van de doop is een sprekend voorbeeld van hoe religieuze gebruiken zich steeds weer aanpassen aan nieuwe tijden en overtuigingen. Van herhaaldelijke rituele reiniging tot één punt van bekering, en van volwassen onderdompeling tot het besprenkelen van baby’s: de doop heeft een lange weg afgelegd.

Ontdek meer van Er stond geschreven
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Plaats een reactie