Binnen het christendom is het een gangbaar idee dat in het Oude Testament al de komst van Jezus was voorspeld. Vaak wordt dan verwezen naar profetieën uit Jesaja, bijvoorbeeld Jesaja 7:14. Maar dit is een behoorlijk problematische opvatting als je kijkt naar het totaalplaatje van die profetie, én de manier waarop latere vertalingen met de tekst aan de haal zijn gegaan. Ik neem je mee in een van de hardnekkigste misvattingen uit de christelijke Bijbeluitleg.
De profetie
Voor wie Jesaja 7:14 niet kent, hier volgt-ie. Ik citeer hier specifiek uit de Herziene Statenvertaling – onthoud dat, want de gebruikte vertaling is heel belangrijk voor de opvatting van dit vers, daar kom ik later op terug.
Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven: Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven.
Veel christenen koppelen dit direct aan de komst van Jezus. Jezus, uit een maagd geboren, en in het Matteüs-evangelie wordt deze profetie letterlijk aangehaald. In het Oude Testament was dus al voorzegd hoe Jezus geboren zou worden.
Waar ging deze profetie over?
Als je een profetie wilt begrijpen, is het belangrijk dat je kijkt naar de context waarin ze geschreven is. Veel mensen lezen alleen dit ene vers, maar het is deel van een verhaal; het is dan ook zinvol om het hele hoofdstuk te lezen. De context is als volgt. Het is ongeveer het jaar 734 voor Christus. Koning Achaz van Juda staat met de rug tegen de muur. Twee buurlanden, Aram en Israël, willen hem dwingen zich aan te sluiten bij hun opstand tegen Assyrië. Achaz overweegt een bondgenootschap met Assyrië om zichzelf te redden. Maar de profeet Jesaja komt met een andere boodschap: vertrouw op God, niet op buitenlandse macht. Om die boodschap kracht bij te zetten, belooft God een teken dat zijn vijanden ten onder zullen gaan. En dat teken is het kind uit Jesaja 7:14.
Op welk kind er exact werd gedoeld in die tijd is niet zeker, mogelijk was dit een zoon van Achaz, bijvoorbeeld Hizkia. De komst van dit koningskind was het teken dat Juda’s vijanden zouden verdwijnen. Jesaja zegt erbij: voordat het kind oud genoeg is om goed en kwaad te onderscheiden, zullen je vijanden niet meer bestaan (Jes. 7:16). Dat gebeurde inderdaad binnen enkele jaren. Kijk je naar de context, dan is dus heel duidelijk: deze profetie ging over iets wat Achaz zelf nog zou meemaken, want het was bedoeld om hém gerust te stellen. Het was dus geen voorspelling over de komst van een messias zeven eeuwen later. De boodschap was: vertrouw niet op politieke macht; God is bij ons. Het was bedoeld als een boodschap van hoop en redding in Jesaja’s eigen tijd.
De grote vertaaltruc
Een probleem met de eerder aangehaalde Herziene Statenvertaling is dat hier een onjuiste vertaalkeuze is gemaakt. Dit vers gaat in werkelijkheid namelijk niet over een wonderlijke maagdelijke geboorte. Het sleutelwoord in de discussie hierover is het Hebreeuwse woord ‘almah (עלמה). In sommige vertalingen, zoals de Herziene Statenvertaling, is dit woord weergegeven als ‘maagd’. Maar dat is misleidend. ‘Almah betekent simpelweg ‘jonge vrouw’, meestal ongetrouwd, maar niet noodzakelijk maagd. De betekenis van ‘maagd’ is hier dus niet de logische vertaalkeuze. Waar komt dat woord dan vandaan? Dat kwam erin te staan toen de Hebreeuwse Bijbel (het Oude Testament) in het Grieks werd vertaald (de Septuaginta, derde eeuw v.Chr.). Deze vertalers vertaalden ‘almah met parthenos (παρθένος), een Grieks woord dat wél ‘maagd’ betekent. En daar, in die vertaling, begon de misinterpretatie die eeuwenlang is blijven hangen.
Messiaanse invulling
Door de Griekse lezing kreeg het vers in het vroege christendom een nieuwe betekenis. In principe kon het nog beide betekenen: ofwel een maagd, ofwel een jonge vrouw. De volgende onjuiste vertaalslag ontstond toen de schrijver van het Matteüs-evangelie er verder mee aan de haal ging. In hoofdstuk 1:22-23 citeert hij Jesaja 7:14 om Jezus’ geboorte uit te leggen:
Dit alles is gebeurd omdat in vervulling moest gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, wat in onze taal betekent: ‘God is met ons’.’ (NBV21)
In de Grieks-sprekende Joodse wereld van zijn tijd was de Griekse Septuagint de gangbare Bijbelversie. Hij gebruikte die vertaling, waarin het woord de betekenis van ‘maagd’ heeft, en koppelde dat aan Jezus: die was dus geboren uit een maagd. Dat is geen keiharde fout of leugen van hem geweest, maar een herinterpretatie van iets wat nooit zo was bedoeld. Zo’n manier van lezen was heel gebruikelijk in het jodendom van de eerste eeuw. Hij ziet in het vers een onderbouwing van zijn theologische standpunt dat Jezus de langverwachte redder is; zijn komst was immers al lang geleden voorspeld.
De vertaalfout rechtgezet
Doordat in Matteüs de Griekse bewoording wordt gebruikt, ‘maagd’, en ook de Latijnse Bijbelvertalingen dat woord overnamen (virgo), is het woord ook in onze vertalingen terechtgekomen als ‘maagd’. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de Statenvertaling en de Herziene Statenvertaling. Maar kijk je naar de Hebreeuwse grondtekst, dan hoort hier toch echt ‘jonge vrouw’ te staan. De NBG-vertaling, Groot Nieuws Bijbel, Nieuwe Bijbelvertaling, NBV21 en Bijbel in Gewone Taal kozen er allemaal voor deze vertaalfout weer recht te zetten; de NBG met ‘jonkvrouw’, de andere met ‘jonge vrouw’. De vertaling volgens de NBV21 van Jesaja 7:14 is dan ook:
Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuel noemen.
Is of zal?
Er zit nog een ander verschil in de twee vertalingen. In de Herziene Statenvertaling staat: ‘De maagd zal zwanger worden.’ In de NBV21 is dat: ‘De jonge vrouw is zwanger.’ Als je de profetie graag wilt koppelen aan de komst van Jezus acht eeuwen later, dan is ‘zal zwanger worden’ inderdaad een voor de hand liggende bewoording. Maar kijk je naar de Hebreeuwse tekst, dan is ‘is zwanger’ beter te verdedigen. De werkwoordsvorm harah (הָרָה) is namelijk in de voltooide vorm, wat erop wijst dat ze al zwanger is (zie de bronnen onderaan deze pagina als je hier verder in wilt duiken).
Wat Matteüs nog meer veranderde
Opvallend is dat de schrijver van Matteüs de tekst uit Jesaja zelf ook nog subtiel aanpaste. In Jesaja staat: ‘Zij zal hem de naam Immanuel geven.’ Maar in Matteüs staat: ‘Men zal hem de naam Immanuel geven.’ Matteüs maakt er iets algemeners van: niet zijn moeder, maar mensen in het algemeen zullen Jezus zo noemen, in de betekenis van ‘God is met ons’. Daarmee verschuift de betekenis van een concrete historische naamgeving naar een bredere, symbolische beschrijving. Het kind in Matteüs heet immers niet Immanuel, maar Jezus. Toch past de naam Immanuel volgens de schrijver van Matteüs bij hem, omdat mensen in Jezus ervaren dat God bij hen aanwezig is. Door die redactionele aanpassing zorgt hij ervoor dat de oude profetietekst alsnog klopt binnen zijn theologische verhaal.
Waarom is dit belangrijk?
Jesaja 7:14 laat zien hoe snel we teksten uit hun context kunnen trekken en tot iets anders kunnen maken, en dat zoiets duizenden jaren kan doorwerken in wat er vanaf dan wordt geloofd. Een tekst over een doodgewone geschiedenis kon via vertaalkeuzes en wat handige herinterpretatie een heel nieuwe betekenis krijgen, waarop veel mensen nu nog hun volledige wereldbeeld baseren. En ondanks dat we dit allang weten en ondanks dat het in de vertalingen allang is rechtgezet, blijven veel kerken en theologen dit vers presenteren als een aankondiging van Jezus’ maagdelijke geboorte, en blijven de mensen in de kerkbanken dit vers dus zien als een bevestiging van hun geloof.
Meer weten?
- Bart D. Ehrman, podcastaflevering ‘What Did the Prophet Isaiah Say About Jesus?’, in Misquoting Jesus with Bart Ehrman.
- Dale Moody, ‘Isaiah 7:14 in the Revised Standard Version’, in Review & Expositor 50(1) (1953), p. 61-68.
- Joel Seymour, podcastaflevering ‘Did the Gospels Make up the Virgin Birth? – Isaiah 7:14 (with Amy-Jill Levine & Marc Zvi Brettler)’, in That Won’t Preach.
- W.S. Prinsloo, ‘Jesaja 7:14 en die maagdeIike geboorte’, in Skrif en kerk 18(2) (1997), p. 323-327.
Ontdek meer van Er stond geschreven
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Beste… (ik kom jouw naam niet tegen…), zou het ook anders kunnen?
De manier waarop Matteüs Bijbelteksten uit het Oude Testament verwerkt, fascineert enorm. Op het eerste gezicht lijkt het nogal willekeurig, op de klank af. Bv deze tekst. Jesaja had het over een jonge vrouw die een kind kreeg dat Immanuël heette, ziedaar, Maria krijgt Jezus die je inderdaad als ‘God met ons’ kunt zien. In werkelijkheid doet Matteüs meer, nl. hij verwerkt de hele context. In dit geval: de context van een zoon van David (Achaz) die een teken weigert dat hem vertrouwen had kunnen geven. Dan maar buiten jou om, is Jesaja’s boodschap, God gaat toch door, zie het kind dat geboren wordt met de naam Immanuël en het vertrouwen dat de jonge vrouw in kwestie daarmee uitspreekt. Dit komt overeen met de context rond Jezus’ geboorte. Weer staat een zoon van David (Jozef) op het toneel van wie geloof wordt gevraagd, en aan wie redding wordt aangeboden. De spannende vraag is: wat doet deze zoon van David? Accepteert hij zijn redding of sluit hij zich er voor af? Jozef doet wat zijn voorvader had moeten doen: hij ontvangt zijn redding, en doet wat God hem opdraagt. Maria krijgt haar kind, en Jozef noemt hem Jezus. Zo wordt Jes 7, 14 als in spiegelbeeld verwerkt. Tevens een prikkelende boodschap voor het Joodse publiek waar het evangelie voor is bedoeld: waar het huis van David vroeger uit de pas liep, wordt hier gehandeld in lijn van God, gelukkig geldt hier niet: l’histoire ce repete…
Maurits Oldenhuis
Bedankt voor je uitgebreide reactie! Ik denk dat je uitleg goed laat zien hoe creatief Matteüs met de context van Jesaja omging. Begrijp ik je woorden verder goed dat het dus vooral is bedoeld als literaire vergelijking, en niet zozeer als een letterlijke vervulling van een profetie van Jesaja over Jezus?
Matteüs was zeker creatief, ik zou bijna zeggen: geniaal. Volgens mij is zijn bedoeling in Matt 1-2 om te laten zien: Jezus Christus is de echte Messias – Matteüs 1,1. In Hem komt het hele OT tot vervulling, of vervolmaking. Matteüs schrijft het OT en Jodendom niet weg, maar wil zijn Joodse publiek met haar eigen papieren winnen voor Jezus Messias. Op zijn minst laten zien: het is geen onzin. Ook de andere aanhalingen verderop wijzen in die richting, maar daar heb je wel even wat woorden voor nodig. Maar de bottomline is dus deze: Matteüs doet veel meer dan een letterlijke vervulling laten zien, hij wil tot volle ontplooiing laten komen. Ik deed deze zienswijze op mn door het werk van Jaap van Bruggen in zijn commentaar op Matteüs en het leek mij geloofwaardig. Het levert in ieder geval spannend Bijbellezen op…