Het conflict in Israël en Palestina lijkt zo actueel en fel dat het soms moeilijk is om verder terug te kijken dan de laatste decennia. Maar de wortels reiken veel dieper. Sommige momenten in de geschiedenis zijn nauwelijks nog bekend, maar hebben wel de toon gezet voor hoe we vandaag naar Palestina kijken. Een van die vergeten verhalen is hoe het gebied in de negentiende eeuw door christenen opnieuw werd ‘ontdekt’, wat een aanjager was van het conflict dat tot op de dag van vandaag voortduurt.
Eeuwen van samenleven
Het is tegenwoordig lastig voor te stellen, maar lang voordat de staat Israël gesticht werd (in 1948) was Palestina een rustige provincie van het Ottomaanse Rijk, waarin moslims samenleefden met kleinere gemeenschappen van christenen en joden (in de negentiende eeuw was slechts zo’n 5% van de bevolking joods). Voor alle drie de abrahamitische religies was dit gebied al sinds jaar en dag een belangrijk, heilig land, waar geregeld pelgrimstochten werden ondernomen. Er waren weleens spanningen tussen de verschillende groepen, maar geen grootschalige conflicten over wie er ‘recht’ had op het land.
Geloof versus wetenschap
In de negentiende eeuw brachten een aantal ontwikkelingen en ideologieën een wending in de westerse, christelijke visie op Palestina. Binnen de kerk leefde het idee dat het christendom de vervulling was van het jodendom, wat de fascinatie voor Bijbelse plaatsen vergrootte en de drang om Joden die daar leefden te bekeren. Maar een misschien wel belangrijker ontwikkeling was Darwins evolutietheorie, die de Bijbelse scheppingsverhalen onder druk zette. De anglicaanse kerk reageerde fel: de Bijbel was een historisch verslag van hoe de wereld echt ontstaan was, en dus besloten ze bewijs te zoeken in het heilige land van de Bijbel, Palestina. Daar lagen plaatsen als Jeruzalem, Betlehem, de Jordaan, Nazaret en het Meer van Galilea, waar de Bijbelse geschiedenis zich had afgespeeld en Jezus had rondgelopen. En dus moest daar de archeologie de schepping bevestigen en Darwins theorie weerleggen. Tegelijkertijd speelde het geloof in ‘Brits Israёl’: Kelten en Germanen zouden de nakomelingen zijn van de tien verloren stammen van Israël (een populair geloof eind negentiende eeuw). Dit gaf sommige Britten het sterke gevoel dat zij zelf met het land verbonden waren. Expedities van westerse predikanten, archeologen, zendelingen, fotografen en diplomaten trokken eropuit om allemaal hun eigen gelijk te bewijzen.
Verrassend gewoontjes
Volgens de Bijbel moest Palestina een vruchtbaar, welvarend en heilig gebied zijn, maar voor de westerse bezoekers was het Palestina dat ze aantroffen teleurstellend gewoontjes. De geromantiseerde verwachtingen en de cultuurverschillen maakten de ervaring een grote teleurstelling. Alexander Keith, predikant van de Kerk van Schotland, was een van de christenen die met zijn onderzoek in het gebied de Bijbelverhalen wilde bewijzen, ondersteund door de bevindingen van andere reizigers. In zijn boek Evidence of the Truth of the Christian Religion uit 1846 schildert hij Palestina als een land met duidelijke tekenen van verval, waarin de oude Bijbelse glorie nog wel zichtbaar is: ruïnes, oude stenen en Bijbelse plaatsnamen riepen volgens hem tastbare herinneringen op aan een glorieus verleden. Zijn verhaal luidde dat onder de Palestijnse bewoners het ‘eens gelukkige land van Israël’ was verloederd, dat dit al voorspeld zou zijn in de Bijbel en dat het een straf van God was voor ongehoorzaamheid. Zo schrijft hij: ‘De leer van Mohammed – de Koran of het zwaard – was zowel de gesel als het geneesmiddel van de afgoderij; (…). Sinds die tijd hebben horden Saracenen, Egyptenaren, Fatimiden, Tataren, Mamelukken en Turken (…) gedurende twaalfhonderd jaar het land van de kinderen Israëls verontreinigd met ongerechtigheid en met bloed’ (Keith, p. 140-141).
Levende archeologische vondsten
Niet alleen het land, maar ook de mensen die er woonden werden benaderd als archeologische vondsten, overblijfselen van een lang voorbije tijd. Er was vooral aandacht voor de bedoeïenen, de rondtrekkende woestijnnomaden. Die werden het ware gezicht van de Arabier; comfortabel genoeg leken juist zij geen vaste aanspraak op land te maken.
De bewoners werden beschreven als totaal tegenovergesteld aan de Bijbelse idealen. Overal hadden de onderzoekers kritiek op: van hun (volgens de westerlingen) melancholische, ongelukkige persoonlijkheid en asociale gedrag tot culturele gebruiken zoals hun muziekstijl en de kwaliteit van de wijn (‘De wijn die in Jeruzalem wordt gedronken, is waarschijnlijk de allerslechtste die men in welk land dan ook kan aantreffen’, Keith, p. 147.) Alle observaties ondersteunden hun theorie van een land dat wachtte om hersteld te worden naar zijn glorieuze verleden.
Ook de Amerikaanse schrijver Mark Twain toog naar het gebied, in 1867. Uit zijn satirische reisverhaal The Innocents Abroad blijkt hoe hij het Bijbelse ‘beloofde land’ verwachtte te zien, maar de werkelijkheid daar niet op aansloot. Zijn verslag staat vol kritiek op het gebrek aan bewoonde dorpen, op de staat van het landschap en op de bewoners. ‘Ze deden me erg aan Indianen denken, deze mensen. (…) Ze zaten stil, en keken met eindeloos geduld naar al onze bewegingen met die weerzinwekkende, gelaten onbeleefdheid die zo typisch Indiaans is, en die een blanke man zo zenuwachtig, ongemakkelijk en woest maakt dat hij de hele stam wil uitroeien’ (Twain, p. 472-473).
Fotografisch bewijs
Het landschap en zelfs de bevolking werden netjes ingepast in het religieuze verhaal van hen die de Bijbel wilden bewijzen. De nieuwe techniek van fotografie bood daarbij een uitkomst. Foto’s moesten bewijzen: kijk, dit is wat de profeten in de tijd van de Bijbel zagen toen ze hier leefden! Het klopt allemaal! Bijbelplaatsen werden geïdentificeerd aan de hand van het Bijbelse kaartbeeld en elke ruïne kreeg een religieuze betekenis. Sommige fotografen, bijvoorbeeld Félix Bonfils, ensceneerden hun beelden zorgvuldig op zo’n manier dat ze het Bijbelse beeld bevestigden, met zorgvuldig gekozen Bijbelteksten erbij. Plaatsen met ruïnes werden gefotografeerd met slechts een enkele figuur in beeld, zoals een lokale boer of dorpsbewoner, om te benadrukken dat de plek oud, verlaten en mystiek was, en dat de huidige mensen alleen maar ‘tijdloze getuigen’ waren, niet moderne bewoners.


Ideologie
Aan de hand van alle ontdekkingen groeide een nieuwe ideologie:
- Wie er het eerst was, had de echte rechten op het land. Volgens de kerk waren dat niet de huidige gemeenschappen, die er al sinds eeuwen of soms millennia leefden, maar de Joden, die er daarvóór hadden gewoond.1
- Het land moest hersteld worden naar zijn ‘Bijbelse’ staat.
- De mensen die er nu woonden waren een probleem. Ze verstoorden het oorspronkelijke heilige decor.
Het verhaal kreeg steeds meer vorm: het Bijbelse ‘beloofde land’ was leeg en in slechte staat, de huidige bewoners hadden het verwaarloosd en dus kon het met een gerust hart worden ‘teruggegeven’ aan zijn oude eigenaren, de Joden. Het idee dat de huidige bewoners er eigenlijk niet thuishoorden werd onder westerse christenen een belangrijke voedingsbodem voor het zionisme, dat aan het eind van de negentiende eeuw vooral vorm kreeg onder leiding van Theodor Herzl. Hoewel Herzl zelf weinig had met religieuze motieven – hij zag een Joodse staat vooral als oplossing voor het antisemitisme in Europa – viel zijn idee wel in goede aarde bij de westerlingen die Palestina inmiddels als het ‘natuurlijke’ thuisland van de Joden zagen. En sommige Joodse denkers die ook al het idee hadden van een terugkeer naar dit gebied grepen dit enthousiasme met beide handen aan. Toen er daadwerkelijk werd gesproken over het stichten van een Joodse staat werden ook andere gebieden als serieuze optie gezien, waaronder Oeganda, maar het idee van Palestina was voor velen nu een aantrekkelijkere optie geworden.
Blijvende impact
Hoewel er altijd al wel groepen Joden waren geweest die zich in Palestina vestigden, vaak om religieuze redenen, ontstond dus pas in de negentiende eeuw een georganiseerde, seculiere beweging die vond dat Joden hier massaal moesten terugkeren. Alle ‘wetenschappelijke’ expedities en theologische interpretaties uit die tijd vormden een beeld dat tot in het conflict van vandaag verder leeft. Wie er het eerst was, wie er echt thuishoort en wie er mag blijven, zijn vragen die nog steeds felle discussies en gevechten opleveren. En hoewel lang niet iedereen zich meer zo extremistisch uitlaat als tijdens de expedities van die tijd, hoor je de echo van deze manier van kijken nog terug. Nog steeds heerst onder sommigen het idee dat Palestijnen minderwaardig zijn aan de Joden die er later kwamen wonen, en dat het land pas zijn bestemming vindt wanneer het volledig in Joodse handen is.
- De oplettende lezer zal opmerken dat de Joden volgens hun eigen Bijbelse verhaal ook niet de eersten waren, maar dat ze dit land met geweld hadden veroverd van de Kanaänieten. Dit volk van de Kanaänieten verdween echter uit de geschiedenis, net als de meeste andere volken uit die tijd, terwijl het Joodse volk bleef bestaan. Juist het feit dat zij overleefden, werd later gezien als bewijs dat God aan hun kant stond. ↩︎
Meer lezen?
- Alexander Keith, Evidence of the Truth of the Christian Religion: Derived from the Literal Fulfilment of Prophecy; Particularly as Illustrated by the History of the Jews, and by the Discoveries of Recent Travellers (Edinburgh: William Whyte & Co., 1846).
- Edna Barromi-Perlman, ‘Visions of Landscape Photography in Palestine and Israel’, in: Landscape Research (2020) 45:5, p. 564-582.
- Elias Sanbar, ‘The Invention of the Holy Land’, in: A. Meddeb & B. Stora (red.), A History of Jewish Muslim Relations: From the Origins to the Present Day (Princeton University Press, 2013).
- Mark Twain, The Innocents Abroad (American Publishing Company, 1869).
- Sheona Beaumont, ‘Photographic and Prophetic Truth: Daguerreotypes, the Holy Land, and the Bible According to Reverend Alexander Keith’, in: History of Photography, (2018) 42:4, p. 338-355.
Ontdek meer van Er stond geschreven
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Plaats een reactie