Vier evangeliën, één verhaal?

Wie de evangeliën in het Nieuwe Testament leest (Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes) verwacht misschien vier versies van hetzelfde verhaal. In grote lijnen klopt dat: ze vertellen allemaal over het leven, de dood en opstanding van Jezus. Maar wie goed kijkt, merkt: de details verschillen. Soms subtiel, soms fors. De gemiddelde Bijbellezer valt het misschien niet eens op. Van jongs af aan krijg je de verhalen mee als één sluitend geheel en je denkt de details te kennen. Maar leg de gebeurtenissen maar eens naast elkaar en kijk of je verschillen ziet. Hier bespreek ik er een aantal. En ook: waarom zijn die verschillen er? En wat zeggen ze over de manier waarop deze teksten tot stand zijn gekomen?

1. De geboorte van Jezus: twee versies

Over Jezus’ geboorte vertellen alleen Matteüs en Lucas. Wie deze Bijbelboeken naast elkaar legt, merkt al snel dat er opvallende verschillen zijn. Bijvoorbeeld in de afkomst van Jezus’ gezin, hoe er naar verschillende gebieden gereisd wordt en wanneer dit allemaal plaatsvond:

  • Bij Matteüs wonen Jozef en Maria eerst in Betlehem, vluchten ze naar Egypte en vestigen zich uiteindelijk uit veiligheidsoverwegingen in Nazaret. Dit vindt plaats tijdens de regering van koning Herodes.
  • Bij Lucas komen ze uit Nazaret, reizen ze naar Betlehem voor een volkstelling en gaan ze daarna weer terug naar Nazaret. Dit vindt plaats tijdens het bewind van Quirinius, met een volkstelling door keizer Augustus.

Lees maar mee, in Matteüs 2:1-23:

Toen Jezus geboren was, in Betlehem in Judea, tijdens de regering van koning Herodes (…). Jozef maakte zich gereed en week (…) met het kind en zijn moeder uit naar Egypte, waar hij bleef tot de dood van Herodes. Zo moest in vervulling gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen.’ (…) Nadat Herodes gestorven was, verscheen er in een droom aan Jozef in Egypte een engel van de Heer, die zei: ‘Maak je gereed en ga met het kind en zijn moeder naar het land Israël. Want zij die het kind om het leven wilden brengen, zijn gestorven.’ Jozef maakte zich gereed en ging met het kind en zijn moeder naar Israël. Maar hij durfde niet naar Judea te gaan toen hij hoorde dat Archelaüs daar zijn vader Herodes als koning was opgevolgd. Nadat hij in een droom een aanwijzing had gekregen week hij uit naar Galilea, waar hij ging wonen in de stad Nazaret. Zo moest in vervulling gaan wat gezegd is door de profeten: ‘Hij zal Nazoreeër genoemd worden.’

En in Lucas 2:1-39:

In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Ook Jozef ging op weg om zich te laten inschrijven. Samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was, reisde hij van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. (…) Toen ze alles overeenkomstig de wet van de Heer hadden gedaan, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret.

Beide verhalen staan dus geografisch, geschiedkundig en chronologisch op gespannen voet met elkaar. Uit zulke verschillen kun je afleiden dat de auteurs bepaalde theologische doelen hadden. In de teksten zelf zie je al dat ze proberen bepaalde profetieën uit het Oude Testament in het verhaal te passen, zoals die over een messias uit Betlehem (Micha 5:1) en Gods zoon die uit Egypte wordt geroepen (Hosea 11:1) (de profetie die Matteüs aanhaalt waarin Jezus Nazoreeёr genoemd wordt, komt in het Oude Testament overigens niet letterlijk voor). Matteüs noemt vanwege die profetieën expliciet Betlehem als geboorteplaats en een vlucht naar Egypte. Lucas past de Betlehem-profetie op een andere manier in het verhaal: bij hem is een volkstelling de reden dat Jozef en Maria naar Betlehem reizen, en een reis naar Egypte is er in deze versie niet.

Beide auteurs noemen ook een andere politieke context: bij Lucas vinden deze gebeurtenissen plaats rondom een volkstelling van Augustus onder Quirinius, bij Matteüs gebeurt het onder de heerschappij van Herodes. Die twee perioden sluiten historisch niet op elkaar aan. Dit suggereert dat historische precisie niet de hoogste prioriteit had. Waarschijnlijk wilden de auteurs de geboorte van Jezus verbinden aan bekende politieke figuren om hun verhaal geloofwaardiger en herkenbaarder te maken. In die tijd was dat best gangbaar, en ook minder een probleem dan het nu zou zijn; geen enkele lezer of luisteraar zou immers even online checken of de datering klopt. Er werd minder belang gehecht aan exacte historische chronologie dan wij vandaag gewend zijn.

Beide evangelisten gebruiken dus verschillende geografische elementen en verhalende constructies om Jezus nadrukkelijk te positioneren als de beloofde messias. Ook als dat historisch niet helemaal sluitend is.

2. Wie komen er op kraamvisite?

In Matteüs 2:1-2 krijgt baby Jezus bezoek van magiёrs uit het Oosten, daarheen geleid door een ster:

Toen Jezus geboren was, in Betlehem in Judea, tijdens de regering van koning Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. Ze vroegen: ‘Waar is de koning van de Joden die onlangs geboren is? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om Hem te aanbidden.’

In Lucas 2:8-15 worden ze bezocht door herders, daarheen geleid door een engel:

Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen (…). Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’

Een mogelijke verklaring is dat de schrijver van het Lucasevangelie het verhaal over de magiërs kende, maar dit detail aanpaste omdat hij het ongemakkelijk vond – oosterse magie en astrologie werden doorgaans afgekeurd binnen het jodendom.

3. Hoe worden de eerste discipelen geroepen?

In Matteüs, Marcus en Lucas staat beschreven hoe Jezus zijn eerste leerlingen roept om zijn volgelingen te worden. De manier waarop zij overtuigd worden, verschilt nogal. In Marcus 1:16-20 is er weinig overredingskracht nodig:

Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag Hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg Mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ Meteen lieten ze hun netten achter en volgden Hem. Iets verderop zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten, en direct riep Hij hen. Ze lieten hun vader Zebedeüs met de dagloners achter in de boot en volgden Hem.

Oftewel: ‘Volg mij’, en ze doen het meteen. In Matteüs 4:18-22 gaat het ongeveer hetzelfde. Maar in Lucas 5:4-11 zijn ze pas overtuigd nadat Jezus een wonder heeft gedaan:

Toen Hij was opgehouden met spreken, zei Hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’ Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als U het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’ En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren. Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken. Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’ Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’ En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden Hem.

En dan is er ook nog het verhaal uit Johannes. In Johannes 1 is dezelfde Andreas uit het vissersverhaal een leerling van Johannes de Doper, en dan gebeurt er dit:

De volgende dag stond Johannes [de Doper] er weer met twee van zijn leerlingen. Toen hij Jezus voorbij zag komen, zei hij: ‘Daar is het lam van God.’ De twee leerlingen hoorden wat hij zei en gingen met Jezus mee. (…) Een van de twee die gehoord hadden wat Johannes zei en Jezus gevolgd waren, was Andreas, de broer van Simon Petrus.

Geen boot, geen vissenwonder, geen ‘volg Mij’. Hier worden de discipelen volgelingen via Johannes de Doper.

4. Wie draagt het kruis?

In Marcus (15:20-22), Matteüs (27:32) en Lucas (23:26) wordt in de aanloop naar Jezus’ kruisiging een willekeurige voorbijganger, Simon van Cyrene, gedwongen het kruis voor Jezus te dragen. Zo staat het bijvoorbeeld in Marcus:

Toen Jezus werd weggeleid, hielden de soldaten een zekere Simon van Cyrene aan, die net de stad binnenkwam. Ze legden het kruis op zijn rug en lieten hem het achter Jezus aan dragen.

Maar in Johannes 19:16-17 draagt Jezus zijn eigen kruis naar Golgota:

Jezus werd weggevoerd; Hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota.

Dit soort verschillen zijn niet toevallig: Johannes portretteert Jezus vaak als degene die de regie houdt, tot het einde toe. Bij de anderen ligt meer nadruk op zijn lijden.

5. Wat gebeurt er op het moment dat Jezus sterft?

Matteüs 27 beschrijft een zeer wonderlijke gebeurtenis die plaatsvindt als Jezus sterft: er is een aardbeving, de rotsen scheuren en vele overleden heiligen staan op uit de dood. Een behoorlijk dramatische scène. Lees maar, in vers 51-54:

Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en verschenen aan een groot aantal mensen. Toen de centurio en degenen die met hem Jezus bewaakten de aardbeving voelden en merkten wat er gebeurde, werden ze door een hevige angst overvallen en zeiden: ‘Hij was werkelijk Gods Zoon.’

Eigenlijk is dit nog wel het grootste wonder dat er beschreven staat in de hele evangeliën. Wat hier gebeurt is niet niks! Toch is Matteüs de enige die dit noemt. Hij wil duidelijk laten zien dat Jezus’ dood kosmische gevolgen heeft, een keerpunt in de geschiedenis. Maar de andere evangelieschrijvers vermelden dit allemaal niet. Wat moeten we daarvan maken? Als werkelijk een heleboel doden waren opgestaan uit hun graf, en dat zo’n opheffing veroorzaakte dat zelfs de leider van het Romeinse leger (de centurio) toen niet meer kon ontkennen dat Jezus de zoon van God was, zou je dan niet verwachten dat iedereen op de hoogte was van deze gebeurtenis? Waarom zou je het dan achterwege laten? Zou dat niet hét grootste wonder zijn dat je zou benoemen?

6. Hoe sterft Judas?

De apostel Judas leverde Jezus uit aan de Romeinse autoriteiten, wat leidde tot Jezus’ kruisiging. Het bekendst is het verhaal dat Judas daar zo’n gruwelijke spijt van kreeg dat hij zichzelf van het leven beroofde door zichzelf op te hangen, zoals beschreven in Matteüs 27:3-5:

Toen Judas, die Hem had uitgeleverd, zag dat Jezus ter dood veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig zilverstukken naar de hogepriesters en oudsten terug en zei: ‘Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren.’ Maar zij zeiden: ‘Wat gaat ons dat aan? Zie dat zelf maar op te lossen!’ Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en verhing zich.

In Handelingen 1:16-19 lezen we echter een ander verhaal. Hier wordt Judas’ daad gezien als onderdeel van Gods plan en wordt niet gerept van zelfmoord:

Vrienden, het schriftwoord waarin de heilige Geest bij monde van David heeft gesproken over Judas, de gids van hen die Jezus gevangen hebben genomen, moest in vervulling gaan. Judas was een van ons en had deel aan onze dienende taak. Van de beloning voor zijn schanddaad kocht hij een stuk grond, maar bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen. Alle inwoners van Jeruzalem hebben van deze gebeurtenis gehoord, en daarom noemen ze dat stuk grond in hun eigen taal Akeldama, wat ‘bloedgrond’ betekent.

Sommigen proberen beide versies met elkaar te combineren – bijvoorbeeld dat Judas zich eerst verhing en zijn lichaam daarna viel – maar dat staat er niet en vereist wel enige eigen invulling.

Één verhaal, vier stemmen

Dit soort verschillen laten zien dat de schrijvers gewone mensen waren die keuzes maakten: wat benadruk je, wat laat je weg, hoe verbind je het verhaal met profetieën of politieke gebeurtenissen? En dat levert duidelijke onvolkomenheden op: tegenstrijdige chronologieën, geografische onjuistheden, verwijzingen naar profetieën die niet exact kloppen. Zulke elementen wijzen erop dat deze teksten niet ‘uit de hemel zijn gevallen’, maar zijn ontstaan binnen de grenzen van menselijke kennis, intenties en vergissingen.

Als je de evangeliën bestudeert is het dus belangrijk om te beseffen: dit zijn geen journalistieke verslagen, maar theologische vertellingen. Het zijn als het ware vier portretten van dezelfde persoon, geschreven door mensen met een verschillend doel, voor een ander publiek, met andere overtuigingen. De verschillen daartussen zijn niet iets om weg te poetsen, maar om serieus te nemen. Ze kunnen ons helpen om de intenties van elke auteur beter te begrijpen.

Zoals Lucas aan het begin van zijn evangelie zelf aangeeft: ‘Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om verslag te doen van de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken (…) leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen’ (Lucas 1:1-3). Hij putte uit andermans bronnen en maakte keuzes in wat hij overnam. Het verklaart waarom veel passages in de evangeliёn woordelijk overeenkomen (overgenomen uit dezelfde bron), maar ook waarom ze soms afwijken.

Dit alles vraagt van de lezer een open blik: is het erg als de details niet ‘kloppen’? Kun je proberen te begrijpen waarom de verschillen er zijn?


Bijbelteksten zijn overgenomen uit de NBV21, © 2021 Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.


Ontdek meer van Er stond geschreven

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑