Als je het Bijbelboek Handelingen van de Apostelen leest, waarin de auteur de verspreiding van het christendom beschrijft, dan lijkt het wel alsof er in die tijd één ‘oorspronkelijk’ christendom was dat zich vervolgens geleidelijk en eensgezind verspreidde over de wereld. Als je Handelingen als historische geschiedenis beschouwt, kun je inderdaad gaan denken dat dit zo in z’n werk ging, en dat het christelijke geloof later pas beïnvloed raakte door allerlei invloeden van buitenaf, waardoor er verschillende stromingen ontstonden. Maar dit blijkt eerder een theologisch gekleurd verhaal dan een objectieve geschiedenis. De werkelijkheid was veel rommeliger: van het begin af aan waren er al veel diverse geloofsopvattingen, en dat werd later teruggebracht tot één vaste leer die als correct werd beschouwd. Dit is totaal anders dan wat veel mensen, inclusief historici, lange tijd dachten.
Geen één christendom, maar vele variaties
Wat we tegenwoordig ‘het christendom’ noemen, is het resultaat van eeuwen ontwikkeling. In het allereerste begin was er nog veel variatie, omdat er geen vastgestelde set geloofsopvattingen was, mensen kwamen samen in losse huisbijeenkomsten in plaats van georganiseerde kerkverbanden, en er was nog niet één vastgestelde ‘canon’ van heilige boeken voor de christenen – er circuleerden wel veel geschriften, maar het Nieuwe Testament werd pas rond de 4e eeuw gecanoniseerd, veel later dan vaak gedacht. Daardoor bestonden er lange tijd verschillende opvattingen naast elkaar. Men geloofde nog gewoon zoals men dacht dat goed was, vaak met eigen geschriften, eigen rituelen en eigen interpretaties van Jezus’ leven.
Grote vraagstukken
Al vroeg in de geschiedenis van het christendom leidde dat tot spanningen. In het Nieuwe Testament kun je al lezen hoe verschillende geloofskwesties aan de kaak worden gesteld. Bijvoorbeeld:
- Voor wie was Jezus als redder gekomen? Alleen voor Joden, of voor iedereen?
- Moest je als christen volgens de Joodse wet blijven leven?
Een voorbeeld hiervan is Galaten 2:11-14 (NBV21), waar een conflict tussen Petrus en Paulus wordt beschreven:
‘Maar toen Petrus naar Antiochië gekomen was, ging ik openlijk tegen hem in, omdat hij te veroordelen was. Want voordat er enkelen uit de kring van Jakobus gekomen waren, at hij samen met de heidenen; maar toen zij kwamen, trok hij zich terug en zonderde zich af uit vrees voor hen die van de besnijdenis waren. En ook de andere Joden huichelden met hem mee, zodat zelfs Barnabas zich door hun huichelarij liet meeslepen. Maar toen ik zag dat zij niet juist wandelden, overeenkomstig de waarheid van het Evangelie, zei ik tegen Petrus in het bijzijn van allen: Als u die een Jood bent, naar heidens gebruik leeft en niet naar Joods gebruik, waarom dwingt u dan de heidenen op de Joodse manier te leven?’
En dat zijn alleen nog maar conflicten waar je binnen het Nieuwe Testament over leest. Er circuleerden nog veel meer andere teksten die de Bijbel niet haalden, en die nog meer variatie laten zien. Daarin is bijvoorbeeld verdeeldheid over:
- Was Maria zwanger geworden door God, of gewoon door Jozef?
- Was Jezus God? Of volledig mens? Of misschien zelfs een illusie?
- Was die God van het Oude Testament eigenlijk wel een goede godheid, en niet een kwade? (Een heel interessant vraagstuk, waar ik later nog weleens over zal schrijven.)
- Wat was Jezus’ doel? Draaide het om zijn leven of zijn sterven? Om redding van zonden of om kennis?
- Was Jezus eigenlijk wel fysiek gestorven aan het kruis?
Klinkt gnostisch
Neem het Evangelie van Thomas, waarin het helemaal niet draait om Jezus’ leven en sterven en om vergeving van zonden, maar om de geheime, goddelijke kennis die Jezus onderwijst. Hij wil geen volgelingen die hem vereren, maar mensen die zelf tot inzicht komen, want dát brengt uiteindelijk redding en eeuwig leven. Hij zegt in dit evangelie dan ook: ‘Ik ben jullie meester niet.’ Ook het Evangelie van de Waarheid beschrijft Jezus vooral als iemand die gekomen is om mensen wakker te maken uit onwetendheid. Zonde is geen moreel probleem, het is het gevolg van onwetendheid. En om daarvan verlost te worden is het nodig dat je je ware, goddelijke oorsprong kent. Misschien denk je nu: klinkt gnostisch. Dat klopt: veel teksten die destijds circuleerden waren gnostisch of hadden gnostische elementen. Zelfs het Evangelie van Johannes, dat wél in het Nieuwe Testament terechtkwam, bevat elementen die gnostisch kunnen aanvoelen, zoals mystieke taal en ideeën over verborgen kennis, en een ‘Woord’ dat al bestond vóór de schepping.
De opkomst van de ‘enige waarheid’
Aan die diversiteit kwam vanaf zo ongeveer de 2e tot 4e eeuw toch een einde. Marcion en Valentinus waren de eersten die pogingen deden om de vele stromingen in te dammen. Ze stelden lijsten samen van ‘betrouwbare’ teksten, probeerden andere visies uit te sluiten, en benadrukten dat er maar één juiste leer kon zijn. Alles wat daar niet in paste, werd als ketters bestempeld. En met dit proces legden ze zonder het te weten de basis voor het ‘orthodoxe christendom’ zoals wij dat nu kennen – hoewel hun idee van het christendom er nog heel anders uitzag, want ironisch genoeg worden Marcion en Valentinus vandaag de dag als ketters beschouwd.
Hoe ging het verder?
In de 4e eeuw kreeg het christendom steun van de Romeinse keizer Constantijn, wat het proces van theologische en organisatorische uniformering aanzienlijk versnelde. Pas rond die tijd werden er knopen doorgehakt over welke boeken in de christelijke Bijbel hoorden. Tot die tijd bestond er geen officieel ‘Nieuwe Testament’ zoals wij dat kennen. Veel van de geschriften die tijdens het selectieproces voor de Bijbel werden uitgesloten, laten ons zien hoe veelzijdig de vroege christelijke wereld was.
Bruisende chaos
Dus, de volgende keer dat je denkt aan het ‘oorspronkelijke’ christendom, denk er dan aan dat dit nooit heeft bestaan. Het huidige christelijke idee van ‘de waarheid’ is heel wat anders dan ‘de oudste versie’. In de beginjaren was het christendom een bruisende, chaotische en ongelooflijk diverse godsdienst, met een veelheid aan interpretaties en stromingen. Best verfrissend, toch?
Hoe weten we dit allemaal zo zeker?
De Duitse theoloog en nieuwtestamenticus Walter Bauer had hier al onderzoek naar gedaan in 1934, maar met de vondst van de Nag Hammadi-geschriften in 1945 veranderde het beeld van het vroege christendom compleet. Deze verzameling manuscripten uit de beginjaren van het christendom lag eeuwenlang verstopt in de Egyptische woestijn. Mogelijk werden ze daar weggeborgen toen de beschreven visie meer en meer als ketterij werd bestempeld. De verzameling bevat allerlei evangeliën en andere geschriften met denkbeelden die voor veel moderne christenen ronduit vreemd aanvoelen. Het laat zien dat er in het vroege christendom al talloze, totaal verschillende interpretaties circuleerden van de christelijke boodschap.
Meer lezen?
- Walter Bauer, Orthodoxy and Heresy in Earliest Christianity. Fortress Press, 1971. Vertaling van: Rechtgläubigkeit und Ketzerei im ältesten Christentum, 1934.
- Bart D. Ehrman, Lost Christianities: The Battles for Scripture and the Faiths We Never Knew. Oxford University Press, 2005.
- Peter Lampe, From Paul to Valentinus: Christians at Rome in the First Two Centuries. Fortress Press, 2001.
- Marvin W. Meyer (editor), Nag Hammadi Scriptures: The Revised and Updated Translation of Sacred Gnostic Texts Complete in One Volume. HarperCollins, 2009.
Ontdek meer van Er stond geschreven
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Plaats een reactie