Wie aan de Bijbelse psalmen denkt, denkt al snel aan koning David. In een eerder artikel kon je al lezen hoe hij in de loop van de tijd steeds nadrukkelijker werd geprofileerd als psalmschrijver. Maar wie beter kijkt, ziet dat er nog méér aan de hand is dan alleen een ontwikkeling van zijn auteurschap. Het hele personage David ontwikkelde zich verder, voortbordurend op het idee dat hij de psalmen had geschreven.
Steeds meer drama
Eerder beschreef ik al hoe aan de psalmen steeds meer opschriften werden toegevoegd met situaties waarin David ze geschreven zou hebben. Opvallend is dat de meeste van deze opschriften niet verwijzen naar zijn overwinningen en successen als koning, maar vooral naar perioden van verdriet, schuld of achtervolging. Een paar voorbeelden van opschriften waarin je dit kunt zien:
- Psalm 3: ‘Een psalm van David, op de vlucht voor zijn zoon Absalom.’
- Psalm 18: ‘Toen de HEER hem aan de greep van zijn vijanden had ontrukt, ook aan die van Saul.’
- Psalm 34: ‘Toen hij zich aan het hof van Abimelech als een krankzinnige voordeed en pas wegging toen deze hem verjoeg.’
- Psalm 51: ‘Toen de profeet Natan hem had bezocht, nadat hij met Batseba geslapen had.’
Langzaam maakte het personage David een ontwikkeling door: eerder stond hij vooral bekend als een machtige koning, nu werd hij steeds meer een lijdende en schuldbelijdende gelovige, en een voorbeeld van gebed en aanbidding.
Een man van God
Dit nieuwe beeld van David als eerbiedige psalmschrijver ontwikkelde zich nog verder. Wie in die tijd heilige teksten schreef, moest een bijzondere band met God hebben. David werd dus zo’n ‘man van God’. Men ging hem als steeds heiliger beschouwen, en in sommige joodse en vroegchristelijke kringen werd hij niet meer alleen gezien als koning en psalmdichter, maar gingen ze hem zelfs als een profeet zien. In een bijzondere tekst uit de eerste eeuw na Christus (David’s Compositions, een toevoeging bij psalmrol 11QPs in de Dode Zee-rollen) wordt dat beeld sterk aangezet. David wordt daar beschreven als:
‘Wijs, en stralend als het licht van de zon, en een schriftgeleerde en verstandige, en volmaakt in al zijn paden voor God en de mensen. En JHWH gaf hem een verstandige en verlichte geest. En hij schreef psalmen: drieduizendzeshonderd; en liederen (…) het totaal was vierduizendvijftig. Al deze sprak hij door profetie die hem was gegeven van voor het aangezicht van de Allerhoogste’ (vs. 2-11).
Profetische blik
Waar komt dat profetische beeld vandaan? Een deel van de verklaring ligt in het feit dat sommige psalmen gebeurtenissen beschrijven die lang na Davids leven plaatsvonden. Een voorbeeld is Psalm 137, die de Babylonische ballingschap bezingt bij de rivieren van Babylon. Dit vond pas honderden jaren na David plaats. Toch schrijven enkele Griekse en Latijnse manuscripten deze psalm toe aan David (en/of Jeremia) – een opschrift dat in de Hebreeuwse manuscripten overigens niet voorkwam.
Als psalmen over zulke gebeurtenissen waren geschreven door – of betrekking hadden op – David, dan móést hij wel profetische gaven hebben gehad. De psalmen werden daarmee méér dan terugblikken op Davids eigen leven: nu waren het ook profetieën voor de toekomst.
Die gedachte werd later versterkt door teksten in het Nieuwe Testament (o.a. Handelingen 1:16, 2:29-30, 4:25 en Marcus 12:36). Daar worden psalmpassages geciteerd als zijnde profetieën die vooruitwezen naar Jezus. Ook Flavius Josephus beschreef David als een profeet in zijn Antiquities of the Jews. Ze plaatsten David daarmee op dezelfde lijn als andere profeten zoals Jesaja en Jeremia die ook de komst van de messias zouden hebben voorspeld.
Een blijvend beeld
Zo ontwikkelde het beeld van David zich stap voor stap. Eerst van machtige koning tot auteur van psalmen, vervolgens tot een nederig man van God, en uiteindelijk een profeet. Deze ontwikkeling laat zien hoe (anonieme) teksten in de joodse en christelijke traditie werden herijkt: ze werden telkens opnieuw aangepast aan wat mensen nodig hadden of geloofden. En dat werkt nog altijd door. Ondanks het ontbreken van historisch bewijs dat David daadwerkelijk al die psalmen schreef, blijft het beeld van David als psalmdichter diep verankerd in jodendom en christendom, en de profeterende boodschap die hij in de psalmen gelegd zou hebben is een diepe grondslag voor het hedendaagse christendom.
Meer lezen?
- Eva Mroczek, The Literary Imagination in Jewish Antiquity. Oxford: Oxford University Press, 2016.
- Brevard S. Childs, ‘Psalm Titles and Midrashic Exegesis’, in Journal of Semitic Studies, 16, no. 2 (1971): 137-150.
- James L. Kugel, ‘David the Prophet’, in Poetry and Prophecy: The Beginnings of a Literary Tradition, ed. J.L. Kugel Ithaca, N.Y.: Cornell University Press, 1990, 45-55.
Ontdek meer van Er stond geschreven
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Plaats een reactie